IOAZ-uitkering

De Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ-uitkering) is bedoeld voor oudere zelfstandigen tussen de 55 jaar en de pensioengerechtigde leeftijd die hun bedrijf of beroep na hun 55e hebben beëindigd omdat de inkomsten daaruit onvoldoende waren. Het doel van de IOAZ is te voorkomen dat deze ex-zelfstandigen in de bijstand komen. De zelfstandige moet de uitkering aanvragen vóórdat het bedrijf beëindigd wordt. Uiterlijk 1,5 jaar na het tijdstip van de aanvraag dienen de ondernemersactiviteiten te worden gestaakt.

De gemeente Heemskerk laat deze regeling uitvoeren door de gemeente Haarlem.

Vraag aan bij de gemeente Haarlem

Voorwaarden

Om in aanmerking te komen voor een IOAZ-uitkering moet u voldoen aan onder meer de volgende voorwaarden:

  • U bent tussen de 55 jaar en de AOW-leeftijd.
  • U heeft direct voorafgaande aan de aanvraag ten minste 10 jaar als zelfstandige gewerkt of
  • U heeft 3 jaar als zelfstandige gewerkt en daarvoor 7 jaar in loondienst.
  • U heeft minstens 1.225 uur per jaar in het eigen bedrijf gewerkt. Als de partner ook meewerkte in het bedrijf gaat het om minimaal 875 uur per jaar en de partner minimaal 525 uur.
  • De inkomsten uit eigen bedrijf en inkomsten uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven waren de laatste drie boekjaren gemiddeld minder dan € 25.380,00 bruto per jaar (2019). Voor de toekomst mag geen hoger inkomen dan € 26.290,00 (2019) worden verwacht. Bij de inkomsten tellen de inkomsten van de partner ook mee als hij of zij meewerkt in het bedrijf en daarvoor een meewerkvergoeding of een winstaandeel krijgt. Andere inkomsten van uw partner, zoals loon of WW, tellen niet mee.

Hier vindt u de normbedragen.

Inkomens- en vermogenstoets

De IOAZ-uitkering vult het eigen inkomen aan tot bijstandsniveau. Bij het vaststellen van de uitkering geldt een minder strenge inkomens- en vermogenstoets dan bij de Participatiewet. Er wordt rekening gehouden met de bedrijfsinkomsten en inkomsten uit of in verband met arbeid van de aanvrager. Inkomsten van de partner tellen alleen mee als deze een meewerkvergoeding of het winstaandeel ontvangt. Inkomsten uit alimentatie, onderhuur en verhuur tellen niet mee.

Het vermogen blijft tot € 134.521,00 (bedrag voor 2019) buiten beschouwing. Meer vermogen telt wel mee voor de uitkering. Er is dan sprake van inkomen uit vermogen. Het inkomen uit vermogen wordt bepaald op 3% van het vermogen, voor zover dat vermogen groter is dan €134.521,00 (2019). Dit houdt de gemeente in op de IOAZ-uitkering. Voor aanvullende pensioenvoorziening kan er een bedrag tot maximaal € 126.970,00 (bedrag voor 2019) buiten beschouwing worden gelaten. Dit vermogen hoeft niet per se op een (spaar)rekening te staan, het mag ook in het bedrijf zitten.